This site uses javascript, some functionality and content is not working if javascript is disabled

Akoestiek in de praktijk

Het akoestische comfort in (woon)gebouwen wordt voornamelijk bepaald door de factoren luchtgeluids-isolatie, contactgeluidsisolatie en geluidsabsorptie. De mate waarin een constructie presteert op deze drie gebieden geeft een goed beeld  van het akoestische comfort van een constructie.

Luchtgeluidsisolatie
Geluidsisolatie is de mate waarin geluid verhinderd wordt naar een andere ruimte door te dringen. De mate waarin een wand of een constructie isoleert tegen luchtgeluid, wordt doorgaans uitgedrukt in dB door de gewogen geluidsverzwakkingsindex RW voor labometingen of door de gewogen geluidsisolatie DW voor metingen in het werk (‘in situ’). Een hogere waarde geeft aan dat een bouwelement minder luchtgeluid door laat.
Nederland hanteert nog een andere uitdrukkingswijze (onder meer m.b.t. de eisen in het Bouwbesluit), de karakteristieke isolatie-index voor luchtgeluid Ilu;K.

Contactgeluid
Contactgeluid ontstaat door contact van twee voorwerpen. Het gewogen contactgeluidsdrukniveau wordt uitgedrukt in Ln (labo) of L’n (in situ). Men maakt geluid met een hamermachine op de vloer en meet het resulterende geluidsniveau aan de andere zijde. Hier geldt hoe lager de gemeten waarde, hoe beter het akoestisch comfort. Nederland hanteert ook een andere uitdrukkingswijze (onder meer m.b.t. de eisen in het Bouwbesluit), de isolatie-index voor contactgeluid Ico, waarbij hogere akoestisch comfort toch dooreen hogere waarde wordt uitgedrukt.

 
Rockwool Brandveilige isolatie