Coïncidentie
Wanneer een geluidsgolf schuin op een constructie valt, wordt in de constructie een buiggolf opgewekt. Als de frequentie van de buiggolf overeenkomt met de eigen 'frequentie' van de constructie, wordt het geluid zeer gemakkelijk doorgelaten. De eigen 'frequentie' is de frequentiewaarde waarbij de constructie gemakkelijk in trilling komt.
Afhankelijk van de frequentie waarbij coïncidentie optreedt, zullen maatregelen genomen moeten worden. Zware wanden (beton) hebben een lage coïncidentiefrequentie (fg). Deze frequentie wordt (bijna) niet door het menselijk oor waargenomen.
De grensfrequentie voor coïncidentie (fg) wordt bepaald met de formule:
R500=17,5 · log m + 3 [dB]
Waarin:
fg·d = materiaalconstante
d = dikte van de constructie in mm
| materiaal | fg-d | voorbeeld 1: d (mm) | fg (Hz) | voorbeeld 2: d (mm) | fg (Hz) |
| staal | 12800 | 1 | 12800 | 3 | 4267 |
| beton | 17300 | 100 | 173 | 200 | 87 |
| kalkzandsteen | 21400 | 100 | 214 | 210 | 100 |
| gipskarton | 35500 | 12,5 | 2840 | 15 | 2367 |
| hout | 2500 | 12 | 208 | 22 | 114 |
| lood | 51200 | 0,5 | 120400 | 2 | 25600 |
Tabel: Voorbeelden van grensfrequenctie voor coïncidnetie (fg)
