This site uses javascript, some functionality and content is not working if javascript is disabled

Afdeling 3.2: Bescherming tegen geluid van installaties

Het karakteristieke geluidniveau van installaties, in naastgelegen woningen, mag ten hoogste 30 dB(A) bedragen. Dit is met name voor sanitairlawaai een zware eis.

Als geluidbron kan gedacht worden aan:

  • Kraan
  • Toilet
  • Bad
  • Warmwatertoestel
  • Mechanisch ventilatiesysteem
  • Centrale verwarmingsketel
  • Hydrofoor (drukverhogende installatie)
  • Lift

Het betreft geluiden van bronnen waarop de bewoner geen invloed kan uitoefenen. Apparaten en installaties in de eigen woning vallen buiten de eisen van het Bouwbesluit.

Het stellen van eisen is alleen zinvol als deze gecontroleerd kunnen worden. Voor installatiegeluid is dit een probleem. Over de meetmethode zelf is het een en ander op te merken. Het probleem zit eerder in het omgevingsgeluid dat tijdens de metingen zeer laag moet zijn. Een bedrijfscyclus van bijvoorbeeld een lift of een verwarmingsketel neemt enige tijd in beslag. Tijdens de meting moet het stoorgeluid eigenlijk lager dan ca. 23 dB(A) blijven. Dit is overdag vaak niet het geval, de metingen moeten daarom vaak 's avonds of 's nachts worden uitgevoerd. Daarbij komt dat de geluidbron niet in dezelfde woning staat als waar wordt gemeten zodat bij de meting minimaal twee personen aanwezig moeten zijn. Kortom: de metingen zijn vrij omslachtig en duur.

De aannemer die denkt dat het niet zo'n vaart zal lopen met deze eisen, onderschat de hinder die door installatiegeluiden wordt ondervonden. In de privaatrechtelijke sfeer kunnen klachten van bewoners en kopers ook tot schadevergoeding en maatregelen leiden. Vooralsnog zullen de klachten in zijn ogen vaak een willekeurig karakter hebben. Voor de schade maakt dit echter niet veel uit.

 
Rockwool Brandveilige isolatie