This site uses javascript, some functionality and content is not working if javascript is disabled

Frequentie

De frequentie geeft het aantal trillingen per seconde aan. De eenheid is Hertz (Hz). Elk signaal is uiteen te rafelen in één of meer sinusvormige signalen met verschillende frequenties. Een zuivere toon heeft één frequentie maar meestal bestaat een geluid uit een breed spectrum van frequenties. Het maakt daarbij niet uit of het gaat over luchtgeluid of contactgeluid. Enkele voorbeelden van frequenties zijn spraak, tussen 500 en 2000 Hz, een lage pianotoon op 27 Hz en een hoge pianotoon op 4186 Hz.

In de bouwakoestiek is het gebruikelijk het frequentiespectrum onder te verdelen in vaste frequentiebanden, de tertsen of de octaven. Elk octaaf bevat drie tertsbanden. De trillingen met een frequentie binnen één band worden voor de meting als het ware bij elkaar opgeteld. 

De verdeling van de geluidsenergie over de verschillende frequentiebanden wordt het frequentiespectrum van het signaal genoemd. Bij de geluidsisolatie wordt over het frequentiespectrum van de geluidsisolatie gesproken. Omdat het zeer omslachtig is eisen en prestaties steeds als een spectrum te formuleren, zijn er vele wegingen ontwikkeld waarmee een spectrum in één getal wordt omgezet.

In het Bouwbesluit zijn de volgende ééngetalsmaten gebruikt:

 Iu;k
Ico
GA;k
LI;A;k

: de karakteristieke isolatie-index voor luchtgeluid [dB];
: de isolatie-index voor contactgeluid [dB];
: de geluidswering van de uitwendige scheidingsconstructie [dB(A)];
: het karakteristieke A-gewogen geluidsniveau van installaties [dB(A)]. 

Geluid bestaat uit een golfbeweging en een frequentie. De golf heeft een bepaalde lengte.
De frequentie geeft aan hoeveel keren per seconde de golfbeweging plaatsvindt. De geluidssnelheid is het product van beide. De geluidssnelheid in de lucht is 340 m/sec, dus: golflengte x frequentie=340. De golflengte wordt in meters uitgedrukt en de frequentie in Hert (Hz).

Voor luchtgeluid is het verband tussen frequentie en golflengte eenvoudig:

Waarin:

λ     
c
=  golflengte in m
=  snelheid van geluid in lucht (=340m/s)
=  frequentie in Hz 

Bij een frequentie van 100 Hz hoort dan een golflengte van 3,4 m. Dit is vergelijkbaar met de ruimte-afmetingen in woningen en zelfs groter dan de verdiepinghoogte. Bij een frequentie van 1.000 Hz hoort een golflengte van 0,34 m., vergelijkbaar met de dikte van een woningscheidende wand. De wisselwerking tussen geluid enerzijds en ruimten of constructies anderzijds is afhankelijk van de verhouding tussen golflengte en afmeting. Voor lage tonen is deze dan ook wezenlijk anders dan voor hoge tonen.

 
Rockwool Brandveilige isolatie