This site uses javascript, some functionality and content is not working if javascript is disabled

Tussen woningen

Naarmate de geluidseisen zwaarder worden, neemt het belang van de indirecte geluidstransmissie toe ten opzichte van de directe transmissie. De directe transmissie is het geluid dat aan de zendzijde op de scheidingsconstructie van de woningen valt en aan de andere zijde door trillingen aan de lucht wordt afgegeven. Alle overige transmissiewegen worden aangeduid met indirecte of flankerende transmissie.

Voor directe transmissie is alleen de constructie van het bouwdeel (de woningscheidende vloer of wand) van belang. Bij een enkelvoudige, steenachtige constructie wordt daarom over de minimale massa van de constructie gesproken. Gebruikelijk zijn enkelvoudige wanden van 250 mm (beton) tot 300 mm (kalkzandsteen). In woongebouwen zijn, in verband met de verhoogde contactgeluidisolatie-eis, verdiepingvloeren nodig met een massa van 800 kg/m² of toepassing van een zwevende dekvloer. De logische keuze is een zwevende dekvloer, aangezien een vloer met een massa van 800 kg al snel te dik zou worden.

Bij (ankerloze) spouwmuren is de massa van de spouwbladen van belang, maar ook hun onderlinge afstand. Spouwconstructies met spouwbladen van 120 mm dikte en 60 mm spouw zijn gangbaar.

Indirecte geluidstransmissie passeert altijd een bouwknoop. Deze transmissie wordt bepaald door zowel de eigenschappen van de bouwdelen waarop het geluid invalt en waarvan het afstraalt, als van de bouwknoop die de bouwdelen verbindt. Enkele belangrijke knopen zijn:

  • de aansluiting van binnenwanden op de woningscheidende wand en vloer;
  • de aansluiting van de woningscheidende wand op de voor- en achtergevel;
  • de aansluiting van de woningscheidende wand op het dak (plat en hellend).

Bij een massieve woningscheidende wand is het meestal voldoende de begane grondvloer een massa van 250 kg/m² mee te geven en de dekvloer ter plaatse van de woningscheidende wand te onderbreken. De systeemvloer kan direct op de funderingsbalk worden gelegd en er is geen verende oplegging nodig.

Bij een ankerloze spouwmuur ligt het gecompliceerder. Voor wat betreft de geluidsisolatie is het bij een goede uitvoering meestal niet nodig de funderingsbalk verdiept aan te leggen, kan de oplegging zonder vilt of rubber direct op de balk en hoeft de funderingsbalk niet verbreed te worden! De spouwbladen van de woningscheidende wand moeten wel op de begane grondvloer worden geplaatst en de begane grondvloer moet voldoende zwaar zijn. Verder mogen de vloerelementen elkaar niet raken en moet de spouw schoon zijn en doorgezet worden tot op de funderingsbalk.

In de praktijk wordt ook de redenering gevolgd dat een ankerloze spouwmuur een meer dan minimale geluidsisolatie moet geven, met name in het kader van garantieverlening en ter vermijding van klachten. In dit verband kan de oplegging van de begane grondvloer op speciaal vilt en rubber zinvol zijn. Het opleggen van de vloerdelen op een verbrede funderingsbalk, naast de spouwbladen blijkt in de praktijk vaak een verslechtering van de geluidsisolatie op te leveren. Het is aan te bevelen de spouwbladen steeds op de systeemvloer te plaatsen.

De aansluiting van de woningscheidende wand op een dak (plat of hellend) met een balklaag gaat in de praktijk regelmatig fout. Bij een pannendak bestaat de oplossing uit het aanbrengen van een barrière van minerale wol in de dakspouw, boven de wand. Het is ook mogelijk speciale systemen met 'geluidsisolerende' pannen toe te passen. De toepassingsvoorwaarden zijn in de kwaliteitsverklaring van de dakelementen omschreven, evenals de uitvoering van de barrière. Bij platte daken is het zorg de balklaag in gordingschoenen op te leggen, het plaatmateriaal ter plaatse van de wand te
onderbreken (thermische isolatie kan wel doorlopen) en de aansluitnaden goed af te dichten. Een gesloten verlaagd plafond completeert het geheel.

 
Rockwool Brandveilige isolatie