Beheersbaarheid van brand
Het uitgangspunt is maatwerk op het gebied van brandveiligheid op het complex. Dit betekent wel dat wijzigingen in en aan het gebouw, een positieve of negatieve invloed op de veiligheid kan hebben. Wijziging van gebruik kan andere eisen aan het gebouw tot gevolg hebben waardoor constructies weer moeten worden aangepast.
Het Bouwbesluit stelt dat een brand voldoende beheersbaar is indien het uitbreidingsgebied niet groter is dan 1000 m2. Een gebouw moet dus in brandcompartimenten van maximaal 1000 m2 worden ingedeeld. Veel gebouwen in Nederland passen niet binnen dit kader van het Bouwbesluit. In diverse situaties moeten grotere oppervlakten gerealiseerd worden, zoals bij industrie- of opslaghallen. Daarbij kan een compartimentering logistiek niet wenselijk zijn. Bij een bestaande situatie is het vaak zelfs nagenoeg onmogelijk tot compartimentering over te gaan.
Industriegebouwen worden bij voorkeur ingedeeld in grotere brandcompartimenten. Dit is vaak mogelijk, mits er voor het gebouw een specifiek maatregelenpakket wordt samengesteld. Hierbij zijn beheersbaarheid van brand, de veiligheid voor de mensen in het gebouw en de bescherming van naastgelegen percelen van groot belang. In die situaties kan een gelijkwaardig veilige oplossing worden gerealiseerd volgens het Model Beheersbaarheid van Brand, dat is opgesteld door het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Toepassing van dit model resulteert in een consistent geheel van maatregelen, afgestemd op het gebruik van het gebouw.
Bij dit model is niet de oppervlakte van een brandcompartiment het beheersbaarheidcriterium maar de totale vuurlast binnen een brandcompartiment. In principe is de grenswaarde daarvoor 300 ton vurenhoutequivalent. Uitgangspunt bij de bepaling van de noodzakelijke maatregelen is de gemiddelde vuurbelasting (vuurlast per oppervlakte-eenheid) conform NEN 6090, die in het compartiment aanwezig is. De maatgevende gemiddelde vuurbelasting is de som van de permanente vuurbelasting
(ten gevolge van de bouwconstructie) en de variabele vuurbelasting (ten gevolge van de inrichting), over de minst gunstige 1000 m2. Deze wordt zo mogelijk bepaald door middel van een inventarisatie, of door het hanteren van kengetallen. Uit de maatgevende vuurbelasting wordt de maximale compartimentsgrootte bepaald en de WBDBO-eis aan de compartimentscheidingen.
Daarbij kunnen veel hogere waarden worden gevonden voor de WBDBO dan volgens het Bouwbesluit gebruikelijk is. Te meer daar, afhankelijk van de gevellengte en/of de wandgrootte, deze WBDBO-eis nog verhoogd kan worden met 30 of 60 minuten volgens het zogenaamde marge-criterium. Een WBDBO-eis voor een gevel van 240 of zelfs 300 minuten kan het gevolg zijn.
Tevens wordt rekening gehouden met de aanwezigheid van installatietechnische voorzieningen, zoals een sprinkler- of een brandmeldinstallatie, en de eventuele mogelijkheid voor de brandweer een zogenaamde ‘binnenaanval’ uit te voeren.
Sprinklers stellen hoge eisen
Een sprinklerinstallatie is een goede methode om een brand beheersbaar te houden. In het kader van een beoordeling volgens de methode van het brandbeveiligingsconcept wordt daarom regelmatig voor sprinklers gekozen. Het is echter een misverstand te denken dat een sprinkler een vervanging is voor andere maatregelen. Andersom geldt zelfs dat het toepassen van een sprinkler hoge eisen stelt aan de begrenzing van het brandcompartiment. Bij toepassing van een sprinkler volgens de geldende richtlijnen wordt een brandscheiding uit onbrandbare materialen verondersteld. Gevel en dak moeten onbrandbaar zijn. Bij de keuze voor een sprinkler ligt de keuze voor Rockwool als isolatiemateriaal dus voor de hand.
Er worden geen certificaten afgegeven of premiekortingen door verzekeraars verstrekt voor een sprinklerinstallatie indien het gebouw zelf niet brandveilig is uitgevoerd met onbrandbare isolatie. Dit geldt ook voor andere beveiligingsinstallaties, zoals een brandmeldinstallatie.
