WBDBO
Het Bouwbesluit hanteert het begrip: Weerstand tegen BrandDoorslag en BrandOverslag (WBDBO). De brandwerendheid van een constructieonderdeel behoeft niet altijd gelijk te zijn aan de WBDBO. De WBDBO wordt bepaald volgens NEN 6068. De WBDBO kan soms gerealiseerd worden in de afstand tussen twee brandcompartimenten.
Voor inwendige brandcompartimentscheidingen (wanden) is het uiteraard niet mogelijk om de WBDBO te behalen in de afstandsbijdrage. Hierbij geldt dat de brandwerendheideis gelijk is aan de WBDBO-eis.
De WBDBO moet altijd bekeken worden in relatie met de hoofddraagconstructie. Want wanneer deze bezwijkt, begeven ook brandwerende scheidingen het, zoals gevels en brandwanden. Voor daken betekent dit altijd dat de draagconstructie een gelijke mate van brandwerendheid moet hebben als voor het dak vereist is. Bij gevels geldt dit in het algemeen ook, omdat deze niet zelfstandig stabiel zijn. Bij brandwanden zijn ook oplossingen mogelijk waarbij de brandwand blijft staan ondanks het bezwijken
van de naastgelegen draagconstructie. Bijvoorbeeld door het toepassen van een kantelnok. Soms kan dit bij gevels ook.
| Van ruimte | Naar ruimte | WBDBO-eis | Artikel BB |
| Brandcompartiment | Besloten ruimte | 60 | 2.106.1 |
| Besloten ruimte, q £ 500 MJ/m2 | 30 | 2.106.2 | |
| Besloten ruimte op zelfde perceel + geen vloer VG > 7m | 30 | 2.106.3 | |
| Al dan niet besloten veiligheidstrappenhuis | 60 | 2.106.1 | |
| Besloten brand- en rookvrije vluchtroute | 30 | 2.106.4 | |
| Subbrandcompartiment | Besloten ruimte | 60 | 2.118.1 |
| Besloten ruimte binnen zelfde woonfunctie (GO > 500 m2) | 30 | 2.118.2 | |
| Besloten ruimte, q £ 500 MJ/m2 + geen vloer VG > 7 m | 30 | 2.118.3 | |
| Besloten rookvrije vluchtroute | 30 | 2.118.4 | |
| Tussen onafhankelijke besloten rookvrije vluchtroutes | 30 | 2.118.1 |
Tabel: overzicht WBDBO-eisen
Zoals uit de tabel blijkt worden er in het Bouwbesluit in principe WBDBO-eisen gesteld tot 60 minuten. Toch komen in de praktijk veel zwaardere eisen voor, afhankelijk van de grootte en het gebruik van het gebouw, de gekozen beveiligingsmethode en de omgeving.
