Brandvermogen
Brandvermogen wordt bepaald door de beschikbaarheid van brandstof enerzijds en de mate van zuurstoftoevoer anderzijds. De temperatuurontwikkeling in de brandruimte kan daardoor sterk afwijken van de temperatuurontwikkeling volgens de standaard brandkromme.
Er zijn diverse brandscenario’s met grote verschillen in afbrandsnelheid. Het brandscenario wordt uitgedrukt in een vermogensdichtheid per eenheid oppervlak (kW/m2). Bij een stapel houten pallets kan (afhankelijk van de hoogte) de vermogensdichtheid 2500 kW/m2 bedragen. Wanneer dezelfde hoeveelheid hout als een bulk houtsnippers wordt opgeslagen, is kort na het ontstaan van de brand eenzelfde vermogensdichtheid denkbaar. Wanneer echter de oppervlakte van de bulkopslag geheel
in brand staat, neemt de afbrandsnelheid af. Diep in de bulkopslag wordt de zuurstoftoetreding namelijk ernstig belemmerd. Uiteindelijk is een vermogensdichtheid van minder dan 50 kW/m2 denkbaar. Bij een situatie met lage afbrandsnelheid komen nauwelijks uitslaande vlammen voor, maar ontstaat een smeulende massa, die lang blijft doorbranden.
In de publiekrechtelijke regelgeving uit het Bouwbesluit wordt geen onderscheid gemaakt in verschillende brandscenario’s (I-IV). Feitelijk wordt uitgegaan van een afbrandsnelheid van 1 kg/(m2.min) vurenhoutequivalent. Dit betekent dat het 60 minuten duurt voordat 60 kg/m2 vurenhoutequivalent is opgebrand. Bij een verbrandingswaarde van 19 MJ/kg vurenhout komt dit ongeveer overeen met een brandvermogen van 320 kW/m2.
