De ontwikkeling van een brand
Iedere brand begint klein: een beginbrandje dat bij wijze van spreken met een glas water te blussen is. Het gaat in deze fase bijvoorbeeld om een smeulende peuk in een prullenbak. In deze fase wordt de brand meestal nog niet ontdekt omdat er elders in het gebouw nog niets te merken is van rook. Na deze beginfase komt een brand in de groeifase en is de brand waarneembaar omdat bijvoorbeeld de prullenbak in brand staat. In deze fase wordt de brand meestal opgemerkt en wordt de brandweer gewaarschuwd. Tijdens deze groeifase stijgt de temperatuur in de ruimte tot ongeveer 300º C.
Deze groeifase duurt ongeveer 10 minuten, afhankelijk van de omstandigheden en de vuurbelasting die aanwezig is. Na deze groeifase komt het moment van vlamoverslag (flash-over) en gaat de brand over in de brandfase waarbij de temperatuur explosief oploopt richting de 1100º C.
Meer nauwkeurig kunnen bij een brand in het algemeen de volgende stadia worden onderscheiden:
