Bouwbesluit, thermische isolatie
In afdeling 5.1 van het Bouwbesluit zijn de thermische isolatie-eisen opgenomen. De minimale warmteweerstand voor dichte geveldelen bedraagt: Rc = 2,5 (m2·K)/W. De maximale warmtedoorgangscoëfficiënt voor gevelopeningen bedraagt: U = 4,2 W/(m2·K).
Deze eisen gelden voor uitwendige scheidingsconstructies. Hiermee worden scheidingsconstructies tussen verblijfsgebieden, toilet- en badruimten (verwarmde ruimten) en de buitenlucht of kruipruimte bedoeld. Daarnaast is deze eis van toepassing op inwendige scheidingsconstructies die grenzen aan verwarmde ruimten die niet bedoeld zijn voor het verblijven van mensen. Hierbij kan gedacht worden aan de scheidingsconstructie tussen een woning en een garage.
Twee procent van de uitwendige schil hoeft niet aan deze eisen te voldoen. De reden hiervoor is dat doorvoeren (rookgas, ventilatie, riool), ventilatieroosters, brievenbussen en dergelijke niet aan deze eis kunnen voldoen. In de praktijk wordt er zwaarder geïsoleerd. De reden is allereerst de energieprestatiecoëfficiënt. Om aan de EPC-eis te voldoen, is een hogere Rc-waarde van de schil vaak noodzakelijk. Daarnaast speelt het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen een belangrijke rol in de afspraken (convenanten) die gemaakt worden tussen gemeenten en projectontwikkelaars. Het Nationaal Pakket kent vaste en variabele maatregelen. Als vaste en variabele maatregelen zijn de volgende R en U-waarden opgenomen.
Vast
S012 : vloeren Rc ≥ 3,0 (m2·K)/W
S013 : gevels Rc ≥ 3,0 (m2·K)/W
S044 : schuine daken Rc ≥ 3,5 (m2·K)/W
S045 : platte daken Rc ≥ 3,5 (m2·K)/W
S016 : kozijnen (HR++glas) U ≤ 1,2 W/(m2·K)
Variabel
S487 : vloeren Rc ≥ 4,0 (m2·K)/W
S488 : gevels Rc ≥ 4,0 (m2·K)/W
S496 : schuine daken Rc ≥ 4,0 (m2·K)/W
S499 : platte daken Rc ≥ 4,0 (m2·K)/W
De wijze waarop de warmteweerstanden moeten worden berekend, is vastgelegd in NEN 1068 (2001). De hierin beschreven methode vergt echter een zeer nauwkeurige computerberekening en is vooral bedoeld voor onderzoek (adviseurs), attesten, referentiedetails en dergelijke. Daarom zijn er in de bijbehorende Nederlandse Praktijk Richtlijn (NPR 2068:2002) vereenvoudigde handmatige berekeningsmethoden opgenomen.
Tenslotte is er in NEN 1068 nog een genormeerde globale, zeer veilige handrekenmethode opgenomen. Deze laatste methode is vooral bedoeld om in een vroeg stadium van het ontwerpproces van utiliteitsgebouwen snel de totale warmteverliezen te kunnen vaststellen.
