Nachtelijke onderkoeling
In perioden met een lage buitentemperatuur kan condensatie op een dakoppervlak optreden. In eerste instantie lijkt dit vreemd. Immers de binnentemperatuur is hoger dan de buitentemperatuur. De oppervlaktetemperatuur zou dan hoger dan de buitentemperatuur moeten liggen en niet lager kunnen zijn dan de dauwpuntstemperatuur van de buitenlucht.
In werkelijkheid is de oppervlaktetemperatuur in de hiervoor omschreven situatie echter lager dan de luchttemperatuur. Dit komt doordat er aan het dakoppervlak warmte-uitwisseling is met de lucht (convectie) en er een warmtestroom is door straling. Het oppervlak ontvangt een warmtestroom vanuit de ‘hemelkoepel’. Deze wordt ook wel eens aangeduid met ‘atmosferische tegenstraling’. Het oppervlak zendt zelf ook een warmtestroom uit: de oppervlaktestraling. Indien de atmosferische tegenstraling kleiner is dan de oppervlaktestraling is een netto energieverlies door straling het gevolg. Wordt er in die situatie niet meer energie toegevoerd door transmissie vanuit het gebouw en door convectie (buitenlucht) dan zal het oppervlak kunnen afkoelen tot beneden de bitenluchttemperatuur. De atmosferische tegenstraling is afhankelijk van de luchttemperatuur, de luchtvochtigheid en de bewolkingsgraad.
