End-use brandargumentatie: de risico's
De End-use brandargumentatie wordt de laatste tijd meer en meer gebruikt door producenten van brandbare isolatie-materialen. End-use zegt iets over het brandgedrag van de totale samengestelde constructie of van het systeem waar het (isolatie)materiaal deel van uitmaakt. Het brandgedrag wordt gemeten in de zogenaamde SBI proef. Zo is het mogelijk dat in een End-use conditie waarin een brandbaar isolatiemateriaal is verwerkt toch een redelijke brandveiligheidsclassificatie wordt gehaald. Het brandbare materiaal wordt in zo’n situatie als het ware ingepakt en afgeschermd door andere brandveiligere bouwmaterialen.
End-use zegt niets over de brandveiligheid van een materiaal
End-use argumentatie wordt vaak gebruikt voor producten die zelf als materiaal niet brandveilig zijn.
End-use brandclassificatie: Bouwpraktijk meestal niet gelijk aan testsituatie
Om te kunnen voldoen aan de End-use brandclassificatie moet de constructie waarin het isolatiemateriaal verwerkt is, op de juiste wijze, overeenkomstig de test en de verwerkingsvoorschriften van de fabrikant, opgebouwd, aangebracht en afgewerkt zijn. Dit betekent dat gedurende de gehele levensduur van een gebouw nooit sprake mag zijn van direct vlamcontact met het brandbare isolatiemateriaal. Controle op het werk, of aan de voorwaarden wordt voldaan, is gedurende de levensduur van een gebouw cruciaal om de brandclassificatie in End-use conditie te garanderen. Hierdoor komt er een zeer grote verantwoordelijkheid bij de verwerker, de gebruiker en gebouweigenaar te liggen.
Ideale omstandigheden zijn in de praktijk vaak onhaalbaar
De ideale omstandigheden, die het uitgangspunt zijn in de End-use argumentatie, worden in de praktijk zelden of nooit waargemaakt. Niet correct uitgevoerde aansluitingen bij een wand of dak zijn vaak niet brandveilig. Hetzelfde geldt voor aansluitingen bij doorvoeringen in het platte dak voor luchtkanalen en hemelwaterafvoeren. Canalures die niet of slecht gevuld zijn kunnen hete, brandbare gassen transporteren. Denk ook aan risico’s die ontstaan bij reparatiewerkzaamheden op platte daken. Bovendien zegt End-use getest in een verticale opstelling niets over het werkelijke risico in het geval van bijvoorbeeld een vlakdak (horizontale constructie). Gipswanden waarmee het isolatiemateriaal is afgewerkt, kunnen scheuren vertonen. Ook kunnen gipswanden door het zetten van een gebouw alsnog, enkele weken na oplevering van een gebouw, scheuren. Dit zijn allemaal voorbeelden van omstandigheden waardoor bijvoorbeeld een End-use brandklasse B in de praktijk niet gehaald wordt, en het gebouw dus minder brandveilig is dan vooraf verondersteld.
Eigenaar is verantwoordelijk
De risico´s bij oplevering van een gebouw zijn voor de eigenaar/opdrachtgever. Eigenaren van een onroerende zaak, zoals een woning, bedrijfshal of kantorencomplex dienen ervoor te zorgen dat een pand veilig is.
