Stappenplan isoleren tussen kepers met regelmatige afstanden
Isoleren tussen kepers met regelmatige afstanden
Wanneer de afstand tussen de kepers 35cm, 45cm of 60cm, maakt u gebruik van spijkerflensdenkens (standaardbreedte van 35cm, 45cm of 60cm).
![]() | Verwijder de verpakking en wikkel de rol af tot de gewenste lengte. Spijkerflensdekens kan u makkelijk snijden met behulp van een scherp afbreekmes en een stevige (metalen) lat. | |
![]() | Vul de ruimte tussen de horizontale gordingbalk en het onderdak op met op maat gesneden repen, zodat er hier later geen onderbrekingen ontstaan. | |
![]() | Snijd, met een scherp afbreekmes, een strook af die juist past tussen twee horizontale gordingbalken. | |
![]() | Plaats de strook tussen de kepers, goed aangesloten tot tegen het onderdak. Laat liefst geen ruimte tussen het onderdak en de isolatie. Dit is verloren ruimte die beter kan opgevuld worden door dikkere isolatie te plaatsen. Ventilatie is niet nodig aangezien onder het onderdak geen vochtophoping mag voorkomen en isoleren immers gebaseerd is op stilstaande lucht. Indien de keperafstand enkele centimeters smaller is dan de strook kan deze nog mooi geplaatst worden zonder te proppen. Wanneer de strook te los zit tussen de kepers verliest men isolatierendement. | |
![]() | Niet, elke 10cm, de spijkerflenzen op de smalle voorkant van de kepers, zodanig dat aangrenzende flenzen elkaar raken of overlappen. | |
![]() | U kan het isolatiewerk beginnen of eindigen met de zijkanten tegen de muren. Hiervoor zal u in vele gevallen een passtrook moeten snijden. Neem hiervoor enkele centimeters meer zodat u ze lichtjes ertussen kan klemmen. | |
![]() | Meet de nodige breedte van de passtrook. | |
![]() | Snijd de passtrook overlangs. Hierbij kan u dikwijls beide helften gebruiken voor twee passtroken. | |
![]() | Plaats de passtrook, waarbij u één kant kan nieten op de keper en de andere kant enkel klemt of vastplakt aan de muur. Dit kan met goed klevende ( dampdichte = plastic) plakband, waarmee u ook de naden afplakt, met een dubbelzijdige plakband in het geval dat men niet op een gepleisterde ondergrond kleeft. | |
![]() | Plak de naden van aangrenzende of overlappende flenzen dicht met aluminiumtape of andere dampdichte plastic tape. Zo maakt u het aluminium scherm volledig dampdicht, wat condensatiegevaar voorkomt tussen de isolatie en het onderdak. Het is dus zeer belangrijk dat u nooit uw dampscherm perforeert! | |
![]() | Niet ook de gordingbalk in met folie. Zo verhoogt u de dampdichtheid maar ook de luchtdichtheid van uw geïsoleerde dak, wat het isolatierendement nog verhoogt. | |
![]() | Plak als afwerking ook de folie van de ingepakte gordingbalk vast aan het aluminiumscherm om alles goed lucht- en dampdicht te maken. | |
![]() | Plaats dunne latten op de kepers om er achteraf uw gipsplaten op te bevestigen. Hierbij blijft een deel van de gordingbalk achteraf nog zichtbaar en moet deze ook bekleed worden met gipsplaten of houten planken. | |
![]() | Indien u niet wilt dat de gordingbalk achteraf nog zichtbaar blijft, gebruikt u dikkere balkjes om tot hetzelfde niveau te komen als de gordingbalk. Het voordeel hiervan is dat het plaatsen van de afwerkingslaag minder omslachtig wordt. Ook ontstaat dan een leidingspouw tussen dampscherm en afwerkingslaag die breed genoeg is om bedrading door te voeren om bijvoorbeeld inbouwspots in te werken. |
Materiaallijst
| Materiaal | Gereedschap |
| Isolatiemateriaal | Scherp afbreekmes of scherp broodmes |
| Nieten | Rechte (ijzeren) lat (ong. 1 m) |
| Schroeven | Hamer |
| Houten latten | Plooimeter of rolmeter |
| Plastic plakband of aluminiumtap | Snoerloos schroefmachine |
| Eventueel dampscherm (PE-folie van 0,2 mm) | Nietmachine |














