Luchtdichtheid en blowerdoortest
Een ontwerp van een energiezuinig gebouw vereist maximale luchtdichtheid en geen of bijna geen thermische bruggen, zodat het energieverbruik geminimaliseerd wordt. Dit vereist zowel een weloverwogen ontwerp als bekwame bouwvakkers die weten hoe de schil van een gebouw geheel luchtdicht gemaakt kan worden. Kieren en spleten in de schil komen meestal op de volgende plaatsen voor:
- Voegen in de luchtdichte laag;
- Doordringing van de luchtdichte laag, bijvoorbeeld door technische installaties en verlichting;
- Voegen aan het uiteinde van het dak of waar twee verschillende oppervlaktes samenkomen;
- Voegen rond deuren en ramen;
- Naden rond funderingen;
- Naden tussen de vloer en kruipgangen.
Het is belangrijk de luchtdichtheid van een gebouw vanaf het vroegste stadium te bepalen want het naderhand reparen van lekken is kostbaar. Het niveau van luchtdichtheid in een gebouw kan worden getest door een zogenaamde blowerdoortest uit te voeren, waarbij lekkages worden aangeduid door een daling van de luchtdruk. Wanneer een gebouw niet luchtdicht is, kunnen de lekkende plaatsen zichtbaar worden gemaakt door middel van de thermografietechniek waarbij een infraroodcamera wordt gebruikt.
Luchtdruk is belangrijk, niet alleen in relatie tot energieverbruik maar tevens met het oog op een gezonde constructie en binnenklimaat. Een luchtdicht dampscherm voorkomt dat het vocht dat door mensen die in het gebouw wonen of werken wordt geproduceerd, de structuur binnendringt en vochtigheid en condensatie teweegbrengt. In vocht kunnen schimmels groeien die allergieën en verval van bouwmaterialen kunnen veroorzaken.
De noodzaak tot een hoge mate van luchtdichtheid beïnvloedt het bouwontwerp. Ingewikkelde vormen met veel details, omslachtige bekabeling voor HVAC-systemen en elektrische installaties in de constructie zijn allemaal factoren die het risico op fouten en luchtlekkages vergroten.
