This site uses javascript, some functionality and content is not working if javascript is disabled

Hellend dak: met onderdak

Inhoud:

  • Voorbereidende werkzaamheden
  • Verwerking van de isolatie
  • Lucht- en dampscherm
  • Afwerking

 

Voorbereidende werkzaamheden

Bij gordingdaken worden eerst sporen aangebracht, dwars tussen de gordingen en tegen het onderdak. De sporen hoeven niet breed te zijn, circa 30 mm is al voldoende. De sporenhoogte komt overeen met de isolatiedikte.

U kunt de sporen bevestigen met metalen hoekstukjes en deze op de koppen vastschroeven tegen de gordingen. Op deze manier hoeft u het onderdak niet te doorboren.

Betreft de dakconstructie een sporendak (waarbij de sporen bovenop de gording tegen het onderdak zijn verwerkt), dan vult u eerst de openingen aan de bovenzijde van de gordingen met isolatie. U kunt hiervoor stroken snijden uit de Rockwool isolatie. Dit kan eenvoudig met een (Rockwool)mes. Snijdt u enkele millimeters meer dan de sporendikte, dan kunt u de stroken goed aansluitend in de openingen aanbrengen.

Zijn de sporen minder dik dan de gewenste isolatiedikte (wat doorgaans het geval is), dan kunt u een lat hierop bijschroeven.

Door “verdikking” van de bestaande sporen worden deze tegelijkertijd versterkt zodat ze ook de extra belasting van de bijkomende binnenafwerking aankunnen. Ook een eventuele buiging van de sporen kan op deze manier uitgevlakt worden.

Voor een RC -waarde van minstens 2,5 m ²K/W van een traditioneel gebouwd hellend dak, heeft u volgende isolatiedikte nodig:

  • Tot circa 10% hout (bijvoorbeeld tot 50 mm sporenbreedte voor secties h.o.h. 500 mm): 120 mm DeltaPlaat 212;
  • Bij circa 11 tot 20% hout (bijvoorbeeld > 50 mm sporenbreedte voor secties h.o.h. 500 
    mm): 140 mm DeltaPlaat 212.
  • Tot circa 8% hout (bijvoorbeeld tot 50 mm sporenbreedte bij hart-op-hart afstand van 600 mm): 120 mm Rockflex 214;
  • Bij 9 tot 15% hout (bijvoorbeeld tot 60 mm sporenbreedte bij hart-op-hart afstand van 400 mm): 140 mm Rockflex 214;
  • Bij 16 tot 20% hout (bijvoorbeeld tot 60 mm sporenbreedte bij hart-op-hart afstand van 300 mm): 160 mm Rockflex 214.
  • Sporendikte tot 50 mm: 120 mm; SpijkerflensDeken 123
  • Sporendikte > 50 mm: 150 mm; SpijkerflensDeken 123

 

Verwerking van de isolatie

Wat betreft de tussenafstand van de sporen is er in principe een grote vrijheid. De DeltaPlaat 212 laat alle mogelijke balkafstanden toe. De Rockwool DeltaPlaat 212 is in twee driehoekige helften  gesneden, lengte 800 mm en breedte 500 mm. Door diagonaal te verschuiven wordt de sectiebreedte groter of kleiner.

Om de isolatie qua breedte op de juiste maat te maken, legt u op de werkvloer de twee driehoekige plaathelften zodanig, dat u een overbreedte van enkele millimeters heeft t.o.v. de netto afstand tussen de sporen. Zo wordt de isolatie lichtjes gecomprimeerd en sluit deze goed aan. Er zijn geen verdere bevestigingen nodig. Het snijden kan eenvoudig met behulp van een (Rockwool)mes. De afgesneden punten zijn veelal nog bruikbaar voor het opvullen van holtes of kieren.

Zijn er geen specifieke randvoorwaarden voor het bepalen van de sporenafstand bij een gordingdak, dan kunt u hart-op-hart 500 mm aanhouden, deze afstand valt het meest gunstig uit.

Bij aansluiting aan zijmuur, dwarsmuur of nok, heeft u smallere of kortere passtukken nodig.

  • Voor smallere stukken schuift u de driehoekige helften verder naast elkaar door en maakt ze op analoge manier passend als voor de gewone sporenafstand;
  • Voor kortere passtukken, kort u de isolatie in de dwarsrichting in.


Lucht- en dampscherm

Separaat dampscherm
Na plaatsing van de isolatie tussen de sporen,brengt u een lucht-/dampscherm aan. De luchtdichtheid verhoogt het thermisch rendement. Het dampdrukverdelend effect vermijdt eventuele aftekening (positie van de sporen) op termijn op bijvoorbeeld gipskarton afwerkplaten.

U kunt hiervoor een polyethyleenfolie van 0,2 mm dikte nemen. Een zeer geschikt type is Rockwool Rockfol PE met een hoge dampremmende werking. De folie wordt eenvoudig vastgeniet op de sporen. De foliebanen plaatst u met een onderlinge overlapping van ± 100 mm en u plakt deze af met een tape. De Rockwool Rockfol hechttape is hiervoor zeer geschikt. Zo wordt doorgang van lucht-of waterdamp via de overlappingen verhinderd.
Zijdelings ter hoogte van de muurrand laat u enkele centimeters overbreedte.

Continuïteit van dampscherm ter hoogte van de gordingen
De continuïteit van het dampscherm is over de sporen heen verzekerd, maar is telkens onderbroken ter hoogte van de gordingen. Hiervoor snijdt u stroken Rockwool Rockfol PE, strookbreedte 300 tot 500 mm, al naargelang het dikteverschil tussen gording en geïsoleerd dakvlak.

U niet de strook onderaan en zijdelings tegen de gordingen vast, verder plakt u de strook aan weerszijden tegen het dampscherm van het dakvlak vast door middel van de Rockfol hechttape.

De continuïteit van het dampscherm is over de sporen heen verzekerd, maar is telkens onderbroken ter hoogte van de gordingen. Hiervoor snijdt u stroken Rockwool Rockfol PE, strookbreedte 300 tot 500 mm, al naargelang het dikteverschil tussen gording en geïsoleerd dakvlak.

U niet de strook onderaan en zijdelings tegen de gordingen vast, verder plakt u de strook aan weerszijden tegen het dampscherm van het dakvlak vast door middel van de Rockfol hechttape.



Afwerking

Het dakvlak kan aan de binnenzijde met diverse materialen worden afgewerkt. Over het algemeen wordt de afwerking vastgeschroefd op het houten regelwerk. Elke schroef doorboort uiteraard het dampscherm, maar omdat de perforatie aansluit rond de spil van de schroef en hier goed vastgekneld zit, vormt dit geen probleem.

Is het dikteverschil tussen gording en sporen, na plaatsing van verdikkende latten op de sporen, vrij klein, dan kan de afwerking continu onder de gordingen door worden geplaatst.

De overbreedte van het dampscherm bij de zijdelingse aansluiting tegen de (scheidings-)muur, laat u achter de afwerking doorlopen. Afwerking met een randlatje maakt dat ook deze aansluiting goed luchtdicht zit.

Is de overbreedte niet voldoende door bijvoorbeeld een leidingsleuf, dan kunt u uiteraard het  randlatje in de spouw aanbrengen.

Dienen er achter de wandafwerking kabels te worden doorgevoerd, dan worden na het plaatsen van het dampscherm eerst regels aangebracht. Deze kunnen op de sporen tussen de isolatie (door het dampscherm) worden geschroefd. Zo ontstaat een leidingsleuf en wordt het dampscherm niet doorboord. Wat eventuele contactdozen voor stekkers en stopcontacten betreft:

  • Ofwel wordt voor opbouwtypes gekozen;
  • Ofwel wordt de leidingsleuf voldoende breed gedimensioneerd om inbouw mogelijk te maken zonder perforatie van het dampscherm.

Is de afwerking bedoeld voor extra geluidsisolatie t.o.v.buitengeluid, dan gelden nog de volgende raadgevingen:

  • Laat een kleine voeg tussen afwerking en aangrenzende vloer, muur of plafond.Deze wordt nadien opgevuld met een soepel voegmateriaal. Op deze manier wordt flankerende overdracht via “hard” contact sterk gereduceerd;
  • Akoestisch “buigslappe” afwerkingsmaterialen (zoals gipskarton) verdienen de voorkeur. 
    Plaatst u deze in twee lagen, dan worden de lagen onderling geschroefd maar niet gelijmd,dit eveneens om geluidtechnische redenen.
 
Rockwool Brandveilige isolatie