This site uses javascript, some functionality and content is not working if javascript is disabled

Hellend dak: zonder onderdak

Inhoud:

  • Verwerking van de isolatie
  • Lucht- en dampscherm
  • Afwerking

 

Verwerking van de isolatie

Een onderdak verdient om bouwfysische redenen altijd de voorkeur. In bepaalde situaties kan een onderdak echter ontbreken en is het niet altijd mogelijk om alsnog een onderdak aan te brengen. Ook al is er af en toe sprake van lichte vochtdoorsijpeling, dan kan het dak met SpouwPlaat 433 DUO worden geïsoleerd. Deze isolatieplaten hebben een extra hoge waterafstotendheid.

Alvorens tussen de sporen te isoleren, vult u eerst de openingen tussen de sporen boven de gordingen met isolatie. Hiervoor kunt u stroken snijden uit SpouwPlaat 433 DUO. Snijd ze met enkele millimeters overbreedte, leg dan het passtuk op zijn kant en snij met circa 10 mm overdikte. Zo kunt u de stroken goed aansluitend in de openingen aanbrengen. Snijden kunt u eenvoudig door middel van een (Rockwool)mes.

Vervolgens isoleert u het dakvlak tussen de sporen. U snijdt SpouwPlaat 433 DUO met een  overbreedte van enkele millimeters ten opzichte van de netto afstand tussen de sporen. Zo kunnen deze zelfknellend en goed aansluitend worden aangebracht. Er zijn geen verdere mechanische bevestigingen nodig. Al naargelang de sporenafstand snijdt u in de lengte-of breedterichting van de plaat, voor het minste snijverlies.

In geval van een gordingdak plaatst u eerst sporen hart-op-hart 800 mm dwars tussen de gordingen en volledig tegen het dak aan. De breedte van de regels mag beperkt zijn, circa 30 mm is al  voldoende. De hoogte van de regels is gelijk aan die van de te plaatsen isolatie.

U kunt de sporen bevestigen met metalen hoekstukjes, op de koppen vast te schroeven tegen de gordingen.

Als netto afstand tussen de regels houdt u enkele millimeters minder dan de plaatbreedte aan. Zo worden de isolatieplaten lichtjes knellend en goed aansluitend aangebracht. Er zijn geen verdere bevestigingen nodig.

Smallere passtukken (bijvoorbeeld laatste rij in aansluiting tegen de scheidingsmuur) of kortere passtukken kunt u eenvoudig snijden met behulp van een (Rockwool)mes. Ook hier snijdt u de platen met enkele milimeters overbreedte voor een goede aansluiting.

Voor een RC-waarde van minstens 2,5 m ²K/W van een traditioneel gordingdak met pannen of leien, heeft u volgende isolatiedikte nodig:

  • Tot circa 5% hout (bijvoorbeeld tot 30 mm regelbreedte voor secties h.o.h. 600 mm): 105 mm SpouwPlaat 433 DUO;
  • Bij circa 6 tot 12% hout (bijvoorbeeld 35 tot 75 mm regelbreedte voor secties h.o.h. 600  mm): 120 mm SpouwPlaat 433 DUO;
  • Bij circa 13 tot 20% hout (bijvoorbeeld 40 tot 60 mm regelbreedte voor secties h.o.h. 300 mm): 120 mm SpouwPlaat 433 DUO.


Lucht- en dampscherm

Separaat dampscherm
Na plaatsing van de isolatie tussen de sporen,brengt u een lucht-/dampscherm aan. De luchtdichtheid verhoogt het thermisch rendement. Het dampdrukverdelend effect vermijdt eventuele aftekening (positie van de sporen) op termijn op bijvoorbeeld gipskarton afwerkplaten.

U kunt hiervoor een polyethyleenfolie van 0,2 mm dikte nemen. Een zeer geschikt type is Rockwool Rockfol PE met een hoge dampremmende werking. De folie wordt eenvoudig vastgeniet op de sporen. De foliebanen plaatst u met een onderlinge overlapping van ± 100 mm en u plakt deze af met een tape. De Rockwool Rockfol hechttape is hiervoor zeer geschikt. Zo wordt doorgang van lucht-of waterdamp via de overlappingen verhinderd. Zijdelings ter hoogte van de muurrand laat u enkele centimeters overbreedte.

Continuïteit van dampscherm ter hoogte van de gordingen
De continuïteit van het dampscherm is over de sporen heen verzekerd, maar is telkens onderbroken ter hoogte van de gordingen. Hiervoor snijdt u stroken Rockwool Rockfol PE, strookbreedte 300 tot 500 mm, al naargelang het dikteverschil tussen gording en geïsoleerd dakvlak.

U niet de strook onderaan en zijdelings tegen de gordingen vast, verder plakt u de strook aan weerszijden tegen het dampscherm van het dakvlak vast door middel van de Rockfol hechttape.



Afwerking

Het dakvlak kan aan de binnenzijde met diverse materialen worden afgewerkt. Over het algemeen wordt de afwerking vastgeschroefd op het houten regelwerk. Elke schroef doorboort uiteraard het dampscherm, maar omdat de perforatie aansluit rond de spil van de schroef en hier goed vastgekneld zit, vormt dit geen probleem.

Is het dikteverschil tussen gording en sporen, na plaatsing van verdikkende latten op de sporen, vrij klein, dan kan de afwerking continu onder de gordingen door worden geplaatst.

De overbreedte van het dampscherm bij de zijdelingse aansluiting tegen de (scheidings-)muur, laat u achter de afwerking doorlopen. Afwerking met een randlatje maakt dat ook deze aansluiting goed luchtdicht zit.

Is de overbreedte niet voldoende door bijvoorbeeld een leidingsleuf, dan kunt u uiteraard het  randlatje in de spouw aanbrengen.

Dienen er achter de wandafwerking kabels te worden doorgevoerd, dan worden na het plaatsen van het dampscherm eerst regels aangebracht. Deze kunnen op de sporen tussen de isolatie (door het dampscherm) worden geschroefd. Zo ontstaat een leidingsleuf en wordt het dampscherm niet doorboord. Wat eventuele contactdozen voor stekkers en stopcontacten betreft:

  • Ofwel wordt voor opbouwtypes gekozen;
  • Ofwel wordt de leidingsleuf voldoende breed gedimensioneerd om inbouw mogelijk te maken zonder perforatie van het dampscherm.

Is de afwerking bedoeld voor extra geluidsisolatie t.o.v.buitengeluid, dan gelden nog de volgende raadgevingen:

  • Laat een kleine voeg tussen afwerking en aangrenzende vloer, muur of plafond.Deze wordt nadien opgevuld met een soepel voegmateriaal. Op deze manier wordt flankerende overdracht via “hard” contact sterk gereduceerd;
  • Akoestisch “buigslappe” afwerkingsmaterialen (zoals gipskarton) verdienen de voorkeur. 
    Plaatst u deze in twee lagen, dan worden de lagen onderling geschroefd maar niet gelijmd,dit eveneens om geluidtechnische redenen.
 
Rockwool Brandveilige isolatie