This site uses javascript, some functionality and content is not working if javascript is disabled

Verdiepingsvloer: hout

Inhoud

  • Voorbereidende werkzaamheden
  • Lucht- en dampscherm
  • Verwerking van de isolatie
  • Afwerking


Voorbereidende werkzaamheden

Het isoleren van houten begane grond- en verdiepingsvloeren is om diverse redenen interessant:

  • Verbetering van het wooncomfort op het gebied van geluid. De geluidsisolatie tussen boven- en onderliggende ruimte wordt verbeterd dankzij het geluidabsorberend karakter van steenwol tussen de houten balken;
  • De steenwolvulling verhoogt de brandveiligheid. Bij brand wordt de hitte-overdracht via de vloer beperkt. Oordeelkundig aangebracht, kan de steenwol, dankzij de eigenschap van onbrandbaarheid, het doorbranden van de vloer belangrijk vertragen;
  • Thermische verbetering, die in het bijzonder voor woningscheidende vloeren interessant is.

Bij het isoleren van vloeren kunnen zich 2 situaties voordoen:
1.  De vloer met bestaande en blijvende afwerking aan de bovenzijde (loopzijde) wordt aan de onderkant geïsoleerd en luchtdicht afgewerkt met gipskarton, hout of ander materiaal. Aandachtspunt: Is de bestaande loopvloer niet luchtdicht (bijvoorbeeld oude plankenvloer met open voegen), dan is het raadzaam, voor een beter thermisch en/of geluidsisolerend rendement, deze luchtdicht af te werken (nieuwe vloer of nieuwe luchtdichte afwerking over bestaande vloer heen).

2.  De vloer met bestaande en blijvende afwerking aan de onderzijde wordt via de bovenkant geïsoleerd en afgewerkt met een nieuwe loopvloer. Uit veiligheidsoverwegingen legt u bij het uitvoeren van de werkzaamheden een houten plaat als werkvloer op de balken.
Aandachtspunt: ook hier geldt dat wanneer de bestaande plafondafwerking niet luchtdicht is, het voor een beter thermisch en/of geluidsisolerend rendement raadzaam is om deze luchtdicht af te werken.

In beide situaties zijn dezelfde isolatieproducten en plaatsingstechnieken van toepassing. Is de hoogte van de houten balken groter dan de gekozen isolatiedikte, dan kunt u naar keuze de restspouw aan de boven- of aan de onderzijde laten.

Betreft het een vloer boven een onverwarmde kelder of kruipruimte, een zoldervloer van een  onbewoonde zolder (met ongeïsoleerd hellend dak) of een woningscheidende vloer, dan wordt de isolatiedikte bepaald door de gewenste RC-waarde (thermische weerstand).
In geval van nieuwbouw en vergunningsplichtige renovaties vereist het Bouwbesluit minstens 2,5 m²K/W.

Voor een RC-waarde van minstens 2,5 m²K/W van de zolder-of begane grondvloer, zijn volgende isolatiediktes nodig:

  • Bij 10% hout (bijvoorbeeld 60 mm balkbreedte voor secties h.o.h. 600 mm): 120 mm Rockwool 201 VARIO of 211 VARIO;
  • Bij 15% hout (bijvoorbeeld 60 mm balkbreedte voor secties h.o.h. 400 mm): 140 mm  Rockwool 201 VARIO of 211 VARIO.
  • Bij 10% hout (bijvoorbeeld 60 mm balkbreedte voor secties h.o.h. 600 mm): 120 mm DeltaPlaat 212;
  • Bij 15% hout (bijvoorbeeld 60 mm balkbreedte voor secties h.o.h. 400 mm): 140 mm DeltaPlaat 212.
  • Bij 10% hout (bijvoorbeeld 60 mm balkbreedte voor secties h.o.h. 600 mm): 140 mm Rockflex 214;
  • Bij 15% hout (bijvoorbeeld 60 mm balkbreedte voor secties h.o.h. 400 mm): 160 mm Rockflex 214.Lucht- en dampscherm.

 

Als er een lucht- en dampscherm wordt aangebracht dan werkt dit positief voor de luchtdichtheid en wordt migratie van waterdamp verhinderd. De vloerbedekking blijft bovendien bouwfysisch beter beschermd.

Een lucht- en dampscherm is voor begane grondvloeren slechts in beperkte gevallen noodzakelijk. Wat de luchtdichtheid betreft heeft dit alleen zin wanneer de bestaande vloerafwerking luchtdoorslag via de voegen vertoont, bijvoorbeeld een enkelvoudige houten plankenvloer zonder tand en groef. Ook de dampschermfunctie is vrijwel steeds overbodig.
Migratie van waterdamp naar beneden toe is uiterst klein, bovendien bestaat nergens onevacueerbaar condensgevaar.

Indien een lucht- of dampscherm wel noodzakelijk is, dan wordt dit aangebracht boven op de isolatie.

Voor thermische isolatie van zoldervloeren in een onbewoonde zolderruimte wordt eerst een lucht-/dampscherm tussen de houten balken aangebracht (in geval van een bewoonde zolder is geen dampscherm nodig). De luchtdichtheid aan de onderzijde vergroot het thermisch rendement van de isolatielaag. De dampremmende werking van het scherm verhindert eventuele condensvorming op de zolder.

Als lucht-/dampscherm wordt een polyethyleenfolie van 0,2 mm dikte aanbevolen. Een zeer geschikt type is Rockwool Rockfol PE, op rol verkrijgbaar, met een hoge dampremmende werking. U niet het scherm over de balken heen en tegen de vloerzijde vast, zodat een continu geheel ontstaat. Het makkelijkst werkt u met de foliebanen haaks op de balkrichting. U overlapt telkens ± 100 mm en plakt de naden nadien af met een tape.
De Rockwool Rockfol hechttape is hiervoor zeer geschikt. Zo wordt doorgang van lucht-of waterdamp via de overlappingen verhinderd.

  • Voor smallere secties (bijvoorbeeld een smallere balkafstand aan de muurzijde) kunt u met behulp van een (Rockwool)mes de plaat gemakkelijk in de lengterichting op maat snijden. Snijdt u aan de minst comprimeerbare zijde (u ziet en voelt het verschil goed), dan heeft u ook nu 50 mm speling;
  • Voor kortere secties (bijvoorbeeld waar balksectie stuit tegen een muur) kunt u eveneens met een (Rockwool)mes de plaat op maat snijden. Voor een goede aansluiting snijdt u met een een overbreedte van circa 10 mm.


Afwerking

Dekvloer
Een droge dekvloer kan worden uitgevoerd met houtachtige platen (multiplex, OSB, etc.) of met platen van vezelcement of gipsvezelplaten.

De droge dekvloer wordt bij voorkeur gelegd in twee lagen (dikte afhankelijk van toegepast  materiaal), met naadoverlappend legpatroon teneinde lijnbelastingen op de isolatie te vermijden. Om werkelijk overal overlapping van de naden te realiseren, wordt de tweede laag gezaagd op halve breedte en wordt de eerste plaat hiervan ook op halve lengte gezaagd. De tweede dekvloerlaag wordt vastgeschroefd aan de eerste laag. De schroeven zijn niet langer dan nodig om beide lagen te verbinden. Perforatie van de isolatielaag moet worden vermeden. Het is ook mogelijk om de dekvloer in één laag te leggen (bijvoorbeeld met 18 millimeter hout)met een stevige tand- en groefverbinding die de verticale krachten kan opvangen en geen lijnlast veroorzaakt. Een toepassing van twee lagen is te allen tijde de beste oplossing.

Komt er een steenachtige dekvloer (anhydriet of zandcement), dan moet eerst worden nagegaan of de bestaande draagvloer voldoende sterk is. Elke centimeter dekvloerdikte betekent circa 20 kg/m² extra gewicht.

De dekvloer wordt NIET tegen de aangrenzende muren gelegd om “hard” contact te vermijden. Hard contact zou het contactgeluiddempend effect van de vloer grotendeels teniet doen. Alvorens de dekvloerplaten te leggen, worden daarom eerst flexibele (polyethyleen) kantstroken tegen de muren aangebracht. Een andere mogelijkheid is dunne kantstroken te snijden uit de Rockwool  isolatieplaten. De kantstrook is minstens zo hoog als de dikte van de dekvloer plus de afwerking.

De kantstroken worden ook rond eventuele verticale leidingdoorvoeren aangebracht.



Vloerafwerking en plinten
Wordt op de dekvloer een relatief harde afwerking aangebracht (hout, steenachtig, etc.) dan geldt, net als voor de dekvloer zelf, dat hard contact met de muren moet worden vermeden. Hiervoor wordt voor het leggen van de dekvloer een voldoende hoge kantstrook aangebracht. Voor een vloerbedekking van tapijt is deze voorzorg niet noodzakelijk.

Plinten worden tegen het muurvlak bevestigd, enkele millimeters boven de vloerafwerking, de voeg wordt opgespoten met een soepel en waterdicht materiaal. Ook deze plaatsingswijze is noodzakelijk om overdracht van contactgeluid vloer -muur via de plinten te beperken.

 
Rockwool Brandveilige isolatie