Duurzaam bouwen
Duurzaam Bouwen is bouwen met respect voor mens en milieu. Duurzaam bouwen kan beschouwd worden als de bijdrage van de bouwsector aan een duurzame ontwikkeling: het realiseren en verantwoord beheren van een gezonde gebouwde omgeving, met een efficiënt gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Internationaal wordt dit ook wel aangeduid met PPP: People, Planet en Profit (of beter: Prosperity, welvaart), in het Nederlands vertaald als WWW: Welzijn, Wereld en Welvaart.
Duurzaam Bouwen, ook wel afgekort tot ‘dubo’, omvat een groot aantal aspecten zoals zorg voor de bestaande omgeving, hergebruik van gebouwen en materialen, energiezuinigheid, gebruik van duurzame energie, (drink)waterbesparing en een gezond binnenklimaat. Het wordt concreet uitgewerkt in een aantal thema’s: materialen, energie, water, binnenmilieu en omgevingsmilieu.
Een duurzaam gebouw is in alle opzichten een goed bouwwerk: met stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit, zorgvuldige materiaalkeuze, passend binnen de regelgeving, bouwfysisch verantwoord, met een gezond en comfortabel binnenklimaat en bouwtechnisch goed uitvoerbaar. Duurzaam Bouwen hangt niet samen met een bepaalde architectuur of uitstraling. Een duurzaam gebouw kan modern of traditioneel zijn, high tech of organisch. Een duurzaam gebouw onderscheidt zich op het gebied van comfort en gezondheid. Juist deze aspecten spreken consumenten aan.
Nationaal pakket
Duurzaam Bouwen moet regel worden. Een aantal maatregelen is al in het Bouwbesluit opgenomen (aanscherping EPC, grotere verdiepingshoogte). Over andere zaken wordt nog overleg gepleegd. Veel zaken zullen echter niet concreet in regelgeving worden omgezet. Toch bestaat er behoefte aan eenduidige afspraken welke maatregelen in de praktijk met Duurzaam Bouwen worden bedoeld. Hiervoor is het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen ontwikkeld. Het Nationaal Pakket bestaat uit een verzameling maatregelen die elk een bijdrage leveren aan Duurzaam Bouwen. Per project kan worden bepaald welke selectie wordt toegepast.
Er zijn in totaal zes pakketten:
- Woningbouw Nieuwbouw;
- Woningbouw Beheer;
- Utiliteitsbouw Nieuwbouw;
- Utiliteitsbouw Beheer;
- Grond-, weg- en waterbouw (GWW);
- Stedenbouw.
Het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen Woningbouw Nieuwbouw, zoals het voluit heet, is het eerste en meest gebruikte pakket. Wanneer er geen nadere aanduiding wordt gebruikt, wordt dit pakket bedoeld. Het Nationaal Pakket Stedenbouw wijkt van de overige delen af, omdat hierin geen concrete maatregelen worden genoemd, maar een wijze van aanpak voor een stedenbouwkundig plan wordt beschreven.
Maatregelen uit het Nationaal Pakket
Het Nationaal Pakket Woningbouw Nieuwbouw (NPW) bestaat uit een serie van circa 150 maatregelen, die willekeurig genummerd zijn. De nummering verwijst naar een specificatieblad, waarin de maatregel wordt gemotiveerd en toegelicht. Tevens wordt een toetsingskader gegeven en aandachtspunten voor de concrete toepassing van de maatregel. Deze specificatiebladen vormen het hart van het pakket.
De maatregelen in het NPW worden onderverdeeld in vaste en variabele maatregelen. Er is echter momenteel geen formeel niveau voor Duurzaam Bouwen vastgelegd. In de praktijk worden twee niveaus van Duurzaam bouwen onderscheiden: een minimaal niveau, bestaande uit alle vaste maatregelen en het niveau van de groenfinanciering.
Groenfinanciering is de mogelijkheid om voor een project deels een lening tegen gunstige voorwaarden te verkrijgen, wanneer dit project voldoet aan een hoog niveau van Duurzaam Bouwen. Toetsing vindt plaats door Novem, aan de hand van een Maatlat (de Maatlat Duurzaam Bouwen) met vaste en variabele maatregelen. De Maatlat is afgeleid van het NPW, en verwijst naar dezelfde specificatiebladen. De vaste maatregelen volgens de Maatlat gaan echter verder; een aantal variabele maatregelen uit het NPW zijn vaste maatregelen volgens de Maatlat. Daarnaast moet een score van minimaal 150 punten uit de lijst met variabele maatregelen worden gerealiseerd. In de praktijk voldoen alleen projecten waar vergaande maatregelen op het gebied van Duurzaam Bouwen worden genomen aan de Maatlat.
Bij de toepassing van Rockwool producten spelen met name de dubo-thema’s energie en materialen een rol. Vaste maatregelen uit het NPW zijn een EPC ≤ 0,9 (maatregel S002), een Rc ≥ 3 m2K/W voor begane grondvloer en gevel (S012 en 013) en Rc ≥ 3,5 m2K/W voor het dak (S044 en 045). Ten aanzien van de materiaalkeuze voor isolatiematerialen is een vaste maatregel om geen materialen die (H)CFK’s bevatten toe te passen (S065), waaraan alle minerale wolproducten zonder meer voldoen. Variabele maatregelen gaan op alle fronten een stap verder: EPC ≤ 0,8 (maatregel S003) en een Rc ≥ 4 m2K/W voor de gehele thermische schil (S487, 488, 496 en 499). Ten aanzien van de materiaalkeuze wordt voor prefab dooselementen de toepassing van vernieuwbare grondstof of reststof als variabele maatregel genoemd (S154). Vaak wordt gedacht dat alleen met bijvoorbeeld cellulose-isolatie aan deze maatregel kan worden voldaan, maar in het specificatieblad wordt uitdrukkelijk vermeld dat ook met vulmateriaal dat (deels) gemaakt is van gerecycled isolatiemateriaal aan de eis wordt voldaan. Ook Rockwool recyclet isolatiemateriaal!
Daarnaast is er nog een aantal maatregelen die van belang zijn:
Vaste maatregel is de isolatie van vrijliggende warm water, c.v. en warmtedistributie-leidingen (S038 en 042).
Bij het streven naar ‘schuim- en kitarme’ detaillering (Variabele maatregele S369) kunnen steenwolstroken een belangrijke rol spelen. Bij de keuze voor een woningscheidende constructie met verbeterde geluidsisolatie (variabele maatregel S407) is de toepassing van zwevende dekvloeren voor de hand liggend. Indien een vegetatiedak wordt gekozen wordt een lichtgewicht en onderhoudsarm systeem voorgesteld (Variabele maatregel S476). Met een mos-sedumdak op substraat wordt daaraan voldaan.
De verwachting is, dat het aantal maatregelen in het Nationaal Pakket wordt verminderd om het pakket handzaam te houden. De eisen aan isolatie zullen, gezien hun duurzame karakter, echter zeker weer een plaats krijgen. Hoe de nieuwe eisen eruit zullen zien, en hoe ze worden aangepast aan de nieuwe epc-eisen in het Bouwbesluit, is nog niet bekend.
LCA en MRPI
In het NPW wordt slechts in uitzonderingsgevallen een uitspraak gedaan over de materiaalkeuze. Ten aanzien van de toepassing van isolatiematerialen wordt de keuze geheel vrij gelaten (met uitzondering van de blaasmiddelen uit (H)CFK’s voor schuimen). Dat is te verklaren uit het feit dat de milieueffecten van materialen mede worden bepaald door de toepassing in een bouwwerk. Eisen stellen aan materialen is vaak niet zinvol. Dat geldt zeker voor isolatiematerialen, die door de toepassing zorgen voor energiebesparing. De milieueffecten die daarmee worden voorkomen, zijn vele malen groter dan de milieueffecten van het materiaal zelf. Meestal worden de milieueffecten van een isolatiemateriaal binnen enkele maanden ‘terugverdiend’ in de toepassing.
Om de milieueffecten van gebouwen te kunnen bepalen, is echter wel informatie nodig over de milieueffecten van de materialen. Die milieueffecten worden bepaald met zogenaamde LCA’s, een Levens Cyclus Analyse voor een materiaal.
De gegevens uit een dergelijk onderzoek kunnen door de fabrikant worden gepresenteerd volgens een gestandaardiseerde methode, MRPI, wat staat voor MilieuRelevante Product Informatie. Sinds september 2004 is NEN 8006 beschikbaar waarin staat vermeld hoe een LCA voor een bouwproduct moet worden uitgevoerd en hoe de resultaten moeten worden gepresenteerd in MRPI. Voor de bepaling van de milieueffecten van gebouwen zijn al een aantal jaren twee rekenprogramma’s op de markt: Ecoquantum, voornamelijk gericht op woningbouw en Greencalc, voor utiliteitsbouw.
Een aantal gemeenten en organisaties hanteert deze programma’s voor de inhoudelijke vergelijking van projecten.
Rockwool heeft voor al haar producten een LCA opgesteld.
Materialen en bouwproducten vormen slechts 15% van de totale milieubelasting van een woning. De overige 85% wordt veroorzaakt door de bewoning: verwarming, warm water, verlichting en ventilatie. De werkelijke milieubelasting van een bouwwerk wordt natuurlijk gevormd door de optelsom van bouwen en wonen.
Die totale milieubelasting bepaalt of het ontwerp meer of minder belastend is voor het milieu. Met een computerprogramma als EcoQuantum kan die totale milieubelasting uitgerekend worden. Daartoe zijn echter milieugegevens op productniveau noodzakelijk. Zij vormen de bouwstenen voor de bepaling van de milieubelasting van een gebouw.
Isolatiematerialen nemen in het geheel een bijzondere plaats in. In tegenstelling tot veel andere bouwmaterialen betekent méér materiaal niet een hogere milieubelasting maar juist een lagere. Meer isolatie betekent meer energiebesparing tijdens de levensduur van een gebouw, en daarmee een lagere totale milieubelasting.
Rockwool heeft een brochure voor u waarin de systematiek van EcoQuantum en de relatie met isolatie uitgelegd is:
De Rockwool "Belastinggids - isoleren met een laag EQ.
Toekomst van duurzaam bouwen
Na gerichte aandacht voor Duurzaam Bouwen eind jaren negentig, met onder meer de introductie van de Nationale Pakketten, is de aandacht de laatste tijd verlegd. Momenteel krijgen de deelaspecten energie en gezondheid veel nadruk. Daarnaast staan de termen ‘Duurzaam Bouwen’ en ‘dubo’ ter discussie. Consumenten blijken er geen affiniteit mee te hebben en professionals in de bouw blijven het te vaak associëren met zaken als ‘lastig’, ‘duur’ en met specifieke architectuur en materiaalkeuzes.
Duurzaam Bouwen wordt daarom steeds meer gezien als integraal kwaliteitsaspect van een gebouw, zonder het specifiek te noemen. De komende tijd zal daarbij de nadruk blijven liggen op de thema’s energiezuinigheid en gezondheid. Rockwool steenwol zal hierin blijvend een belangrijke rol vervullen.
